Strafrecht overig

Medeplegen voorbereiding gewelddadige overval (art. 46 Sr jo. 312 Sr) en medeplegen diefstal met geweld (art…

Hoge Raad, 8 september 2020

Zaakgegevens

Op 8 september 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 september 2020
Datum publicatie
7 september 2020
Zaaknummer
19/01779
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1382
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen voorbereiding gewelddadige overval (art. 46 Sr jo. 312 Sr) en medeplegen diefstal met geweld (art. 312 Sr). Middel over opzet op geweld bij de overval. HR: art. 81.1. RO. Samenhang met 19/01764, 19/01778 en 19/01820.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:793
  2. Hoge Raad · 8 september 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1382

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01779

Datum 8 september 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 april 2019, nummer 23-003526-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2020.