Strafrecht overig

Economische zaak. Het door een schapenhouder nalaten van registratie van 1038 dode/afgevoerde schapen, in het…

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2020
Datum publicatie
15 september 2020
Zaaknummer
19/05447
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1425
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Economische zaak. Het door een schapenhouder nalaten van registratie van 1038 dode/afgevoerde schapen, in het I&R-systeem dat tot stand gekomen is t.b.v. de bestrijding van besmettelijke dierziekten, art. 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Bewijsklacht t.a.v. niet in voordeel van verdachte meewegen van ingediende, maar later weer ingetrokken meldingen. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 augustus 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:731
  2. Hoge Raad · 6 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1425

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05447 E

Datum 6 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 27 november 2019, nummer 21-004788-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Meijer, advocaat te Voorburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2020.