Strafrecht overig

Schuldwitwassen van grote geldbedragen, art. 420quater Sr. Middelen m.b.t. 1. bewijsklacht gewoontewitwassen…

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 oktober 2020
Datum publicatie
26 oktober 2020
Zaaknummer
19/02674
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1689
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Schuldwitwassen van grote geldbedragen, art. 420quater Sr. Middelen m.b.t. 1. bewijsklacht gewoontewitwassen, i.h.b. m.b.t. terzijde stellen alternatieve lezing verdachte en 2. verbeurdverklaring van aan verdachte en echtgenoot toebehorende woning. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02674.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:769
  2. Hoge Raad · 27 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1689

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02674

Datum 27 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 mei 2019, nummer 22-004257-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.S. Bugter, advocaat te Nijmegen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2020.