Strafrecht overig

Bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr…

Hoge Raad, 3 november 2020

Zaakgegevens

Op 3 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 november 2020
Datum publicatie
2 november 2020
Zaaknummer
19/02421
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1717
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr. Middelen over motivering bewezenverklaringen en onterecht toegewezen vordering tul. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/04399.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 mei 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:4292
  2. Conclusie A-G · 15 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1025
  3. Hoge Raad · 3 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1717

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02421

Datum 3 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2019, nummer 21-000177-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.