Strafrecht overig

Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) door tijdens proefrit…

Zaakgegevens

Op 4 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2020
Datum publicatie
31 januari 2020
Zaaknummer
18/04644
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:176
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) door tijdens proefrit in 1997 vanaf de achterbank de nek van een Alkmaarse garagehouder langdurig te omklemmen. Klachten over 1. Verzuim op (ttz. herhaalde) getuigenverzoeken te reageren, 2. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer en 3. Verwerping verweer strekkende tot n-o OM i.v.m. schending art. 6 EVRM. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 18 oktober 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:3803
  2. Conclusie A-G · 10 december 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1279
  3. Hoge Raad · 4 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:176

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04644

Datum 4 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2018, nummer 23/000452-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2020.