Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit hasjtransporten. Middelen over de verdeling van de opbrengst over anderen en de…

Zaakgegevens

Op 1 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 december 2020
Datum publicatie
30 november 2020
Zaaknummer
19/02678
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1908
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hasjtransporten. Middelen over de verdeling van de opbrengst over anderen en de kosten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02449.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1146
  2. Hoge Raad · 1 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1908

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02678 P

Datum 1 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 mei 2019, nummer 21-006165-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1965,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2020.