Strafrecht overig
Poging tot moord, door met een pistoolmitrailleur op cafébezoekers te schieten (art. 289 jo. 45.1 Sr)…
Hoge Raad, 11 februari 2020
ECLI:NL:HR:2020:218 · Hoge Raad · 11 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-218
Zaakgegevens
Op 11 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2020
- Datum publicatie
- 7 februari 2020
- Zaaknummer
- 18/05230
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:218
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot moord, door met een pistoolmitrailleur op cafébezoekers te schieten (art. 289 jo. 45.1 Sr); voorhanden hebben van (vuur)wapens en munitie (art.26.1 WWM), aanwezig hebben van verdovende middelen (art. 2.C en 3.C Opiumwet) en witwassen geldbedrag (art. 420bis Sr). Middelen over 1. verwerping uos; 2. bewezenverklaring poging moord o.a. t.a.v. voorbedachte raad; 3. bewijs van voorhanden hebben munitie; 4. kwalificatie van het bewezenverklaarde als witwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/05156 en 18/05536 (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 29 juni 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:3231Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 november 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:10388Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 december 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1342Hoge Raad · 11 februari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:218
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05230
Datum 11 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2018, nummer 21/003800-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.