Strafrecht overig

Caribische zaak. Medeplegen poging tot mensenhandel door samen met haar partner een vrouw in Venezuela te…

Hoge Raad, 11 februari 2020

Zaakgegevens

Op 11 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 februari 2020
Datum publicatie
11 februari 2020
Zaaknummer
19/03131
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:238
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen poging tot mensenhandel door samen met haar partner een vrouw in Venezuela te laten benaderen en haar naar Curaçao te laten komen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten in hun bar/restaurant, art. 2:239.1.i SrC. Bewijsklachten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/01981 A.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 december 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1451
  2. Hoge Raad · 11 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:238

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03131 A

Datum 11 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 19 juli 2018, nummer H 160/2017, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.