Strafrecht overig

Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. 1. Uitleg verweer dat OM n-o is in vervolging op…

Hoge Raad, 14 januari 2020

Zaakgegevens

Op 14 januari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 januari 2020
Datum publicatie
13 januari 2020
Zaaknummer
18/05210
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:34
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. 1. Uitleg verweer dat OM n-o is in vervolging op de grond dat inzet van peilbaken niet gebaseerd kan worden op art. 3 Politiewet 2012. Art. 359a Sv of onbehoorlijke vervolgingsbeslissing? 2. Inzet van peilbaken in strijd met vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 november 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1173
  2. Hoge Raad · 14 januari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:34

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05210

Datum 14 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2018, nummer 21/006194-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.D. Groen, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2020.