Strafrecht overig

Betekening dagvaarding in persoon, art. 585-588 Sv. De dagvaarding is aan verdachte uitgereikt. Verdachte…

Hoge Raad, 17 maart 2020

Zaakgegevens

Op 17 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 maart 2020
Datum publicatie
2 maart 2020
Zaaknummer
19/01002
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:380
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betekening dagvaarding in persoon, art. 585-588 Sv. De dagvaarding is aan verdachte uitgereikt. Verdachte heeft geweigerd te tekenen voor ontvangst. Is het oordeel van het hof dat de dagvaarding in persoon is uitgereikt aan verdachte begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/00450.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 januari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:62
  2. Hoge Raad · 17 maart 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:380

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01002

Datum 17 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2019, nummer 23/002406-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020.