Strafrecht overig
Moord op ex-vriendin na afloop van haar dienst in het Tweesteden ziekenhuis te Waalwijk op 10 augustus 2015…
ECLI:NL:HR:2020:4 · Hoge Raad · 7 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-4
Zaakgegevens
Op 7 januari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2020
- Datum publicatie
- 6 januari 2020
- Zaaknummer
- 19/00253
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:4
Samenvatting
Moord op ex-vriendin na afloop van haar dienst in het Tweesteden ziekenhuis te Waalwijk op 10 augustus 2015. Middelen namens verdachte over voorbedachte raad, de betrouwbaarheid van de verklaring van een getuige en de bruikbaarheid daarvan voor het bewijs en over de beslissing van het Hof om de ex-partner van het slachtoffer, tevens vader van de zoon van het slachtoffer, toestemming te geven om ex art. 51b.1 Sv kennis te nemen van de processtukken teneinde een mogelijke civiele vordering te onderbouwen. Middel namens de b.p. over het deels n-o verklaring van de vordering. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 september 2016
ECLI:NL:RBZWB:2016:5916Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1150Hoge Raad · 7 januari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:4
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/00253
Datum 7 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2019, nummer 20/002991-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 2] heeft W.N. Ramnun, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2020.