Strafrecht overig

Zedenzaak. Ontuchtige handeling. art 247 Sr. Middelen o.m. over de seksuele intentie bij verdachte (leraar…

Hoge Raad, 29 juni 2021

Zaakgegevens

Op 29 juni 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 juni 2021
Datum publicatie
25 juni 2021
Zaaknummer
20/02298
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1021
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zedenzaak. Ontuchtige handeling. art 247 Sr. Middelen o.m. over de seksuele intentie bij verdachte (leraar staat heel dicht achter een leerlinge bij een strijkopdracht). HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:2386
  2. Conclusie A-G · 18 mei 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:490
  3. Hoge Raad · 29 juni 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1021

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02298

Datum 29 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juli 2020, nummer 20-000382-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2021.