Strafrecht overig

Bijstandsfraude door o.a. niet melden dat verdachte een gezamenlijke huishouding voerde met medeverdachte…

Hoge Raad, 26 januari 2021

Zaakgegevens

Op 26 januari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 januari 2021
Datum publicatie
26 januari 2021
Zaaknummer
19/01783
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:113
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijstandsfraude door o.a. niet melden dat verdachte een gezamenlijke huishouding voerde met medeverdachte (art. 227b en art. 416 Sr) en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). 1. gezamenlijke huishouding; gebondenheid begripsuitleg bestuursrechter?, 2. motiveringsklacht bewezenverklaring i.h.l.v. gevoerde uos en 3. opzet/bewustheid voorhanden hebben wapen en munitie? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/01784.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:3032
  2. Conclusie A-G · 24 november 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1244
  3. Hoge Raad · 26 januari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:113

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01783

Datum 26 januari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 april 2019, nummer 21-001491-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2021.