Strafrecht overig

Diefstal (art. 310 Sr). Bewijsklachten over o.a. betrouwbaarheid in civiele procedure afgelegde verklaringen…

Hoge Raad, 21 september 2021

Zaakgegevens

Op 21 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 september 2021
Datum publicatie
3 september 2021
Zaaknummer
20/00715
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1220
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal (art. 310 Sr). Bewijsklachten over o.a. betrouwbaarheid in civiele procedure afgelegde verklaringen. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:812
  2. Hoge Raad · 21 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1220

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00715

Datum 21 september 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2020, nummer 22-002178-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.A.M. BrouwersBouwman, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 september 2021.