Strafrecht overig

Medeplegen poging tot afpersing, art. 317.1 jo. 312.2.2 Sr. Afwijzing van ttz. in h.b. bij pleidooi gedaan…

Hoge Raad, 28 september 2021

Zaakgegevens

Op 28 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 september 2021
Datum publicatie
27 september 2021
Zaaknummer
20/00480
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1396
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen poging tot afpersing, art. 317.1 jo. 312.2.2 Sr. Afwijzing van ttz. in h.b. bij pleidooi gedaan getuigenverzoek, omdat hof nader verhoor van getuige niet noodzakelijk acht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/00621 P, 20/00622 P en 20/00623.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:1126
  2. Conclusie A-G · 29 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:652
  3. Hoge Raad · 28 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1396

  4. Hoge Raad · 28 september 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1400

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00480

Datum 28 september 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2020, nummer 21-003934-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2021.