Strafrecht overig

Eendaadse samenloop van bedreiging en opruiing van en tegen een politicus (art. 285 en 131 Sr). Middelen over…

Zaakgegevens

Op 16 maart 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 maart 2021
Datum publicatie
12 maart 2021
Zaaknummer
19/05398
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:384
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Eendaadse samenloop van bedreiging en opruiing van en tegen een politicus (art. 285 en 131 Sr). Middelen over o.a. grondslagverlating tll m.b.t. opruiing, voorwaardelijk opzet en redelijke vrees a.b.i. art 285 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 15 november 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:4238
  2. Conclusie A-G · 16 februari 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:141
  3. Hoge Raad · 16 maart 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:384

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05398

Datum 16 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 november 2019, nummer 23-001736-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2021.