Strafrecht overig

Belemmeren van ambtelijke handeling door als advocaat een toezichthouder van gemeente Borne, die controle op…

Hoge Raad, 6 april 2021

Zaakgegevens

Op 6 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 april 2021
Datum publicatie
1 april 2021
Zaaknummer
19/03292
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:495
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belemmeren van ambtelijke handeling door als advocaat een toezichthouder van gemeente Borne, die controle op naleving van bestemmingsplan wil verrichten in pand van cliënt van verdachte, te duwen omdat deze binnen filmt, art. 184.1 Sr. 1. Bewijsklachten. Heeft verdachte niet voldaan aan bevel gegeven ‘krachtens wettelijk voorschrift’ a.b.i. art. 184 Sr? 2. Bewijsklacht. Heeft verdachte opzet gehad op belemmeren van handeling van ambtenaar ter uitvoering van wettelijk voorschrift? 3. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard, omdat vervolging heeft plaatsgevonden in strijd met verbod op willekeur. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 juli 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:5754
  2. Conclusie A-G · 16 februari 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:330
  3. Hoge Raad · 6 april 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:495

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03292

Datum 6 april 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2019, nummer 21-002025-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2021.