Strafrecht overig

Witwassen van aanzienlijk geldbedrag (art. 420bis Sr). 1. Middel m.b.t. hoogte bewezenverklaarde…

Zaakgegevens

Op 11 mei 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 mei 2021
Datum publicatie
3 mei 2021
Zaaknummer
19/04334
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:683
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Witwassen van aanzienlijk geldbedrag (art. 420bis Sr). 1. Middel m.b.t. hoogte bewezenverklaarde witwasbedrag. Heeft hof bij vaststelling hiervan ten onrechte geen rekening gehouden met lening, verstrekt door moeder van verdachte? 2. Middel m.b.t. door OM uitgevoerde financiële onderzoek. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/04287, 19/04671 en 19/04718.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 september 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:3355
  2. Conclusie A-G · 16 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:465
  3. Hoge Raad · 11 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:683

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04334

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 september 2019, nummer 20-000677-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.