Strafrecht overig

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), poging tot zware mishandeling terwijl de schuldige het misdrijf begaat…

Hoge Raad, 25 mei 2021

Zaakgegevens

Op 25 mei 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 mei 2021
Datum publicatie
10 mei 2021
Zaaknummer
20/00255
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:725
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), poging tot zware mishandeling terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot (meermalen gepleegd) (art. 304 Sr) en poging tot zware mishandeling (art. 302 Sr). Middel over toereikendheid bewijsvoering poging tot doodslag. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 januari 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:160
  2. Conclusie A-G · 30 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:496
  3. Hoge Raad · 25 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:725

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00255

Datum 25 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 januari 2020, nummer 20-002112-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.