Strafrecht overig

Eendaadse samenloop van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 242 en 246 Sr…

Hoge Raad, 25 mei 2021

Zaakgegevens

Op 25 mei 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 mei 2021
Datum publicatie
10 mei 2021
Zaaknummer
20/01127
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:727
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eendaadse samenloop van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 242 en 246 Sr. Middelen over afwijzing verzoeken aanstellen deskundige en horen deskundige m.b.t. DNA-kwesties, en niet responderen op uos m.b.t. betrouwbaarheid verklaringen aangeefster. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 20 maart 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:1085
  2. Conclusie A-G · 30 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:507
  3. Hoge Raad · 25 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:727

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01127

Datum 25 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2020, nummer 23-004105-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.