Strafrecht overig
Hells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie, art. 140 Sr. 1. Hof is voorbijgegaan aan uos…
Hoge Raad, 5 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1002 · Hoge Raad · 5 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1002
Zaakgegevens
Op 5 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juli 2022
- Datum publicatie
- 4 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/01219
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1002
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie, art. 140 Sr. 1. Hof is voorbijgegaan aan uos dat niet Hells Angels charter Haarlem, maar enkel ‘jonge garde’ daarvan, gevormd door anderen dan verdachte, een criminele organisatie vormden. 2. Bewijsklachten. 3. Klacht motivering strafoplegging. HR: art. 81.1 RO. Volgt verwerping. Samenhang met 21/01312, 21/01272, 21/01206, 21/01271, 21/01305 en 21/01309.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 10 maart 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:636Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:372Hoge Raad · 5 juli 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1002
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01219
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 maart 2021, nummer 23-002770-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.