Strafrecht overig

Poging tot doodslag in 2018 in Beverwijk (art. 287 Sr). 1. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m…

Hoge Raad, 5 juli 2022

Zaakgegevens

Op 5 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2022
Datum publicatie
6 juli 2022
Zaaknummer
21/00190
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1029
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag in 2018 in Beverwijk (art. 287 Sr). 1. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. verzuim bij DNA-onderzoek. 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep voorwaardelijk gedaan verzoek tot horen van verbalisant. 3. Bewijsklacht m.b.t. opzet.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 19 januari 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:249
  2. Conclusie A-G · 24 mei 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:502
  3. Hoge Raad · 5 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1029

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00190

Datum 5 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 januari 2021, nummer 23-000095-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.