Strafrecht overig

Medeplegen van oplichting (art. 326.1 Sr) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr) door samen met hypotheekadviseur…

Hoge Raad, 12 juli 2022

Zaakgegevens

Op 12 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2022
Datum publicatie
8 juli 2022
Zaaknummer
20/03419
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1063
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen van oplichting (art. 326.1 Sr) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr) door samen met hypotheekadviseur met een valse inkomensverklaring een hypothecaire geldlening te verkrijgen en met die lening een woning te verwerven. 1. Verzuim te beslissen op beroep op kwalificatie-uitsluitingsgrond bij witwassen. 2. Bewijs- en uos-klachten over o.m. begrip ‘jaarinkomen’ in inkomensverklaring. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03425, 20/03447, 20/03461, 20/003468 en 20/03510.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:350
  2. Hoge Raad · 12 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1063

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03419

Datum 12 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002457-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.