Strafrecht overig

Tweemaal medeplegen van valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en oplichting (art. 326.1 Sr) door als…

Hoge Raad, 12 juli 2022

Zaakgegevens

Op 12 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2022
Datum publicatie
8 juli 2022
Zaaknummer
20/03425
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1065
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tweemaal medeplegen van valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en oplichting (art. 326.1 Sr) door als hypotheekadviseur samen met een ander valselijk een inkomensverklaring op te maken en daarmee een hypothecaire geldlening te verkrijgen. Bewijs- en uos-klachten over o.m. valsheid van de opgegeven jaarinkomens. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03419, 20/03447, 20/03461, 20/003468 en 20/03510.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:353
  2. Hoge Raad · 12 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1065

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03425

Datum 12 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002378-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.