Strafrecht overig
Bezit en verspreiden van kinderporno, meermalen gepleegd (art. 240b.1 Sr) en bezit van dierenporno, meermalen…
Hoge Raad, 4 oktober 2022
ECLI:NL:HR:2022:1141 · Hoge Raad · 4 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1141
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2022
- Datum publicatie
- 6 september 2022
- Zaaknummer
- 20/03765
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1141
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bezit en verspreiden van kinderporno, meermalen gepleegd (art. 240b.1 Sr) en bezit van dierenporno, meermalen gepleegd (art. 254a.1 Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting. Was Koninklijke marechaussee bevoegd tot opsporing? Art. 4.1 en 4.4 Politiewet 2012. 2. Afwijzing voorwaardelijk verzoek om stemherkenningsonderzoek te laten verrichten t.a.v. spraakberichten die zijn aangetroffen op de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon. 3. Afwijzing voorwaardelijk verzoek om deskundige nader onderzoek te laten verrichten naar exacte vindplaatsen van afbeeldingen en filmpjes met kinder- en dierenporno op telefoon.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03768.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juli 2022
ECLI:NL:PHR:2022:656Hoge Raad · 4 oktober 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1141
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03765
Datum 4 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2020, nummer 23-000678-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2022.