Strafrecht overig

Feitelijke aanranding van eerbaarheid van 17-jarige jongen door 49-jarige verdachte, art. 246 Sr…

Hoge Raad, 27 september 2022

Zaakgegevens

Op 27 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2022
Datum publicatie
27 september 2022
Zaaknummer
21/02615
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1327
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Feitelijke aanranding van eerbaarheid van 17-jarige jongen door 49-jarige verdachte, art. 246 Sr. Bewijsklachten. Alternatief scenario, betrouwbaarheid verklaringen slachtoffer en DNA-bewijs.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 21 juni 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:1113
  2. Conclusie A-G · 28 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:519
  3. Hoge Raad · 27 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1327

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02615

Datum 27 september 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 juni 2021, nummer 22-002766-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.W.M. Stevens, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2022.