Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling bij verstek t.z.v. rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Schending…
Hoge Raad, 18 oktober 2022
ECLI:NL:HR:2022:1471 · Hoge Raad · 18 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1471
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2022
- Datum publicatie
- 14 oktober 2022
- Zaaknummer
- 21/01119
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1471
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling bij verstek t.z.v. rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Schending aanwezigheidsrecht verdachte nu oproeping voor tz. in hoger beroep aan huisgenoot, waarvan namens verdachte wordt aangevoerd dat hij deze niet kent, is uitgereikt en hof, i.h.k.v. in cassatie gestelde problemen inzake schriftelijke communicatie veroorzaakt door COVID-19-epidemie, niet heeft achterhaald waarom verdachte niet op nieuwe zittingsdag was verschenen en zaak niet heeft aangehouden?
HR: art. 81.1. RO. CAG gaat in op vraag of ontbreken van handtekening voor ontvangst, gegevens over identiteitsbewijs dan wel aanvulling op akte van uitreiking in het licht van wettelijke regelgeving gevolgen heeft voor rechtsgeldigheid van betekening van oproeping in h.b. en vraag of betekening aan huisgenoot verenigbaar is met Europees recht. Samenhang met 21/04103.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juli 2022
ECLI:NL:PHR:2022:671Hoge Raad · 18 oktober 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1471
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01119
Datum 18 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 oktober 2020, nummer 21-000053-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C.H. Pronk, advocaat te Apeldoorn, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2022.