Strafrecht overig

Ontucht met minderjarige ondergeschikte, meermalen gepleegd (art. 249.1 Sr) en schennis van eerbaarheid op…

Hoge Raad, 22 november 2022

Zaakgegevens

Op 22 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
31 oktober 2022
Zaaknummer
21/01214
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1573
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontucht met minderjarige ondergeschikte, meermalen gepleegd (art. 249.1 Sr) en schennis van eerbaarheid op niet openbare plaats (art. 239.3 Sr) door als 32-jarige restauranthouder een 16-jarige medewerkster in bediening te zoenen en haar zijn geslachtsdeel te tonen. 1. Kon hof de niet letterlijk uitgewerkte versies van aangifte en politieverhoren van verdachte voor bewijs bezigen? 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster m.b.t. ontucht voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 3. Bewijsklacht schennis. Betrouwbaarheidsverweer m.b.t. verklaring aangeefster.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 maart 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:2082
  2. Conclusie A-G · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:868
  3. Hoge Raad · 22 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1573

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01214

Datum 22 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2021, nummer 21-002864-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022.