Strafrecht overig
Poging doodslag door met aanzienlijke snelheid in personenauto achteruit in te rijden op agent en diens…
Hoge Raad, 13 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1695 · Hoge Raad · 13 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1695
Zaakgegevens
Op 13 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 december 2022
- Datum publicatie
- 16 november 2022
- Zaaknummer
- 21/03512
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1695
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging doodslag door met aanzienlijke snelheid in personenauto achteruit in te rijden op agent en diens motorfiets (art. 287 Sr) en diefstal benzine, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). 1. Bewijsklacht poging doodslag. Heeft hof ten onrechte het p-v VerkeersOngevallenAnalyse als een deskundigenverslag a.b.i. art. 344.1.4 Sv in de bewijsvoering betrokken? 2. Bewijsklachten poging doodslag t.a.v. ‘aanzienlijke’ snelheid en (voorwaardelijk) opzet op dood agent. 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en 24 maanden ontzegging van rijbevoegdheid), art. 359.6 Sv. Heeft hof ten onrechte als mogelijkheden genoemd (a) deelname verdachte aan penitentiair programma a.b.i. art. 4 Pbw en (b) deelname aan VI-regeling a.b.i. art. 6:2:10 Sv, terwijl hof daarnaast niet heeft gespecificeerd welk deel van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf in elk geval ten uitvoer zal worden gelegd?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 13 juli 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:5052Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 augustus 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:2665(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 november 2022
ECLI:NL:PHR:2022:987Hoge Raad · 13 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1695
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03512
Datum 13 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 augustus 2021, nummer 20-001515-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.