Strafrecht overig

Mishandeling echtgenoot (meermalen gepleegd), art. 300.1 jo. 304.1 Sr. 1. Bewijsklachten. Redengevendheid…

Hoge Raad, 22 november 2022

Zaakgegevens

Op 22 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
18 november 2022
Zaaknummer
21/01683
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1713
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling echtgenoot (meermalen gepleegd), art. 300.1 jo. 304.1 Sr. 1. Bewijsklachten. Redengevendheid steunbewijs voor beweringen aangeefster en bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). 2. Schriftuur benadeelde partij. Is ’s hofs gedeeltelijke afwijzing van vordering tot vergoeding van immateriële schade toereikend gemotiveerd? Art. 361.4 Sv.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 april 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:1586
  2. Conclusie A-G · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:884
  3. Hoge Raad · 22 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1713

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01683

Datum 22 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 april 2021, nummer 20-000346-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022.