Strafrecht overig

Ontuchtige handelingen met 12-jarige stiefdochter door 42-jarige verdachte, art. 245 Sr. Bewijsklachten…

Hoge Raad, 13 december 2022

Zaakgegevens

Op 13 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
21 november 2022
Zaaknummer
21/00578
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1722
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontuchtige handelingen met 12-jarige stiefdochter door 42-jarige verdachte, art. 245 Sr. Bewijsklachten. Bewezenverklaarde periode en bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis) t.a.v. het zich “meermalen” aan de bewezenverklaarde ontucht schuldig maken.

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op de door de benadeelde partij in hoger beroep ingetrokken vordering.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:990
  2. Hoge Raad · 13 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1722

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00578

Datum 13 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021, nummer 22-003206-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.H.P. Feiner, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.