Strafrecht overig

Poging doodslag op eigenaar bedrijventerrein (art. 287 Sr) en beschadiging van een hek waarmee de eigenaar…

Hoge Raad, 29 november 2022

Zaakgegevens

Op 29 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
25 november 2022
Zaaknummer
21/00947
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1761
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging doodslag op eigenaar bedrijventerrein (art. 287 Sr) en beschadiging van een hek waarmee de eigenaar het terrein heeft afgesloten om verdachte de toegang te beletten (art. 350.1 Sr). 1. Bewijsvoering poging tot doodslag. 2. Verwerping beroep op noodweer(exces).3. Uitleg en bewijsvoering van wederrechtelijk ex art. 350 Sr.

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op betekenis bestanddeel “wederrechtelijk”.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 maart 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:1914
  2. Conclusie A-G · 11 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:927
  3. Hoge Raad · 29 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1761

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00947

Datum 29 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2021, nummer 21-003214-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2022.