Strafrecht overig

Medeplegen vervoeren van cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van…

Hoge Raad, 20 december 2022

Zaakgegevens

Op 20 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 december 2022
Datum publicatie
8 december 2022
Zaaknummer
21/01482
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1839
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen vervoeren van cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van cocaïne (art. 10a Opiumwet). Bewijsklacht medeplegen.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 29 maart 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:551
  2. Conclusie A-G · 22 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1082
  3. Hoge Raad · 20 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1839

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01482

Datum 20 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 maart 2021, nummer 22-002053-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.