Strafrecht overig
Doodslag op partner (art. 287 Sr). Wijziging van de VI-regeling na i.w.tr. Wet straffen en beschermen op 1…
Hoge Raad, 20 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1868 · Hoge Raad · 20 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1868
Zaakgegevens
Op 20 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2022
- Datum publicatie
- 15 december 2022
- Zaaknummer
- 21/04870
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1868
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Doodslag op partner (art. 287 Sr). Wijziging van de VI-regeling na i.w.tr. Wet straffen en beschermen op 1 juli 2021. 1. Heeft het hof voldoende gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. de strafoplegging (gevangenisstraf van 10 jaren en 6 maanden)? 2. Strafmotivering. Heeft het hof de beslissing tot oplegging van een gevangenisstraf van 11 jaren (voor aftrek strafkorting wegens overschrijding redelijke termijn) voldoende gemotiveerd? 3. Heeft het hof met de strafoplegging art. 7 EVRM en art 15 IVBPR geschonden? 4. Schriftuur benadeelde partij. Shockschade. Is b.p. ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering t.z.v. shockschade?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 16 november 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2295Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 november 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1109Hoge Raad · 20 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1868
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04870
Datum 20 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 november 2021, nummer 22-000453-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben E.A. Blok en J. Vermaat, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft N. Stolk, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.