Strafrecht overig
Poging tot zware mishandeling door als politieagent te schieten op man die, na een lange achtervolging en…
Hoge Raad, 15 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:188 · Hoge Raad · 15 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-188
Zaakgegevens
Op 15 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 februari 2022
- Datum publicatie
- 14 februari 2022
- Zaaknummer
- 20/01083
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:188
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot zware mishandeling door als politieagent te schieten op man die, na een lange achtervolging en waarschuwingsschoten, rennend over een weiland aan aanhouding probeert te ontkomen, art. 302.1 Sr. 1. Heeft hof terecht en voldoende gemotiveerd verweren verworpen dat vuurwapengebruik politieagent was geoorloofd o.b.v. art. 7.1.a resp. 7.1.b Ambtsinstructie voor politie, Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, zodat verdachte heeft gehandeld ter uitvoering van wettelijk voorschrift a.b.i. art. 42 Sr? 2. Heeft hof voldoende gemotiveerd gereageerd op verweer dat sprake was van verontschuldigbare dwaling t.a.v. situatie a.b.i. art. 7.1.a Ambtsinstructie? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 maart 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:2203Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 december 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1209Hoge Raad · 15 februari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:188
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01083
Datum 15 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 maart 2020, nummer 21-004249-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.G.J.A. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2022.