Strafrecht overig

Rijden onder invloed van alcohol, art. 8.2.a WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborgen van art. 6 Regeling…

Hoge Raad, 20 december 2022

Zaakgegevens

Op 20 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 december 2022
Datum publicatie
19 december 2022
Zaaknummer
21/01131
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1901
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden onder invloed van alcohol, art. 8.2.a WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborgen van art. 6 Regeling bloed- en urineonderzoek (oud). Heeft hof verkort arrest of promis arrest gewezen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 februari 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:1848
  2. Conclusie A-G · 29 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1105
  3. Hoge Raad · 20 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1901

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01131

Datum 20 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 februari 2021, nummer 21-003579-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.