Strafrecht overig

Zware mishandeling, art. 302 Sr. Klacht over in h.b. gedaan voorwaardelijk verzoek tot het benoemen en horen…

Hoge Raad, 22 maart 2022

Zaakgegevens

Op 22 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2022
Datum publicatie
18 maart 2022
Zaaknummer
21/02957
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:400
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zware mishandeling, art. 302 Sr. Klacht over in h.b. gedaan voorwaardelijk verzoek tot het benoemen en horen van deskundigen. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:87
  2. Hoge Raad · 22 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:400

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02957

Datum 22 maart 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 juli 2021, nummer 23-002095-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2022.