Strafrecht overig

Militaire zaak. Wildplassende militair tijdens carnaval, art. 4:5 APV ’s-Hertogenbosch. Verweer strekkende…

Hoge Raad, 19 april 2022

Zaakgegevens

Op 19 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2022
Datum publicatie
24 maart 2022
Zaaknummer
20/04322
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:449
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Militaire zaak. Wildplassende militair tijdens carnaval, art. 4:5 APV ’s-Hertogenbosch. Verweer strekkende tot buiten werking laten van APV dan wel tot niet strafbaar verklaren van verdachte wegens afwezigheid van alle schuld.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/04324 M.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 17 september 2020

    ECLI:NL:RBGEL:2020:4767
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 december 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:10559

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 8 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:200
  4. Hoge Raad · 19 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:449

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04322 M

Datum 19 april 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, militaire kamer, van 17 december 2020, nummer 21-003404-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.G.J.A. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.