Strafrecht overig

Poging tot doodslag voor Amsterdams café door met vuurwapen te schieten op lichaam aangever, art. 287 Sr. 1…

Hoge Raad, 19 april 2022

Zaakgegevens

Op 19 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2022
Datum publicatie
24 maart 2022
Zaaknummer
21/00622
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:452
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag voor Amsterdams café door met vuurwapen te schieten op lichaam aangever, art. 287 Sr. 1. Bewijsklachten. 2. Beroep op noodweer. 3. Schriftuur benadeelde partij. Motivering ’s hofs oordeel t.a.v. immateriële schade.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:208
  2. Hoge Raad · 19 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:452

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00622

Datum 19 april 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2021, nummer 23-000171-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsvrouw van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de benadeelde partij heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.