Strafrecht overig
Mishandeling van ambtenaar (art. 300.1 jo. 304.2 Sr) en opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel (art…
Hoge Raad, 17 mei 2022
ECLI:NL:HR:2022:717 · Hoge Raad · 17 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-717
Zaakgegevens
Op 17 mei 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2022
- Datum publicatie
- 18 mei 2022
- Zaaknummer
- 20/02784
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:717
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mishandeling van ambtenaar (art. 300.1 jo. 304.2 Sr) en opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel (art. 184.1 Sr). 1. Bewijsklacht mishandeling. 2. Bewijsklacht niet voldoen aan ambtelijk bevel. Is bewezenverklaring uitsluitend gebaseerd op de eigen verklaring van verdachte? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 27 augustus 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1598Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2022:253Hoge Raad · 17 mei 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:717
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02784
Datum 17 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 augustus 2020, nummer 22-001333-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.