Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag. Ontvankelijkheid cassatieberoep, wijze van indiening…
Hoge Raad, 25 januari 2022
ECLI:NL:HR:2022:77 · Hoge Raad · 25 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-77
Zaakgegevens
Op 25 januari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2022
- Datum publicatie
- 25 januari 2022
- Zaaknummer
- 21/00641
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:77
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag. Ontvankelijkheid cassatieberoep, wijze van indiening cassatieschriftuur, art. 437.2 Sv en art. 4.3.3 Procesreglement HR. Voldoet aan Rb toegezonden brief met producties aan vormvoorschriften die in acht moeten worden genomen om cassatieschriftuur op rechtsgeldige wijze in te dienen? HR: Op redenen vermeld in CAG is beroep n-o. CAG: Aan Rb toegezonden en kennelijk (ook) als cassatieschriftuur bedoelde brief met producties kan niet als een rechtsgeldig ingediende schriftuur worden aangemerkt, nu deze niet volgens de daartoe opengestelde weg en op voorgeschreven wijze bij HR is binnengekomen. Klager n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 november 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1125Hoge Raad · 25 januari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:77
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00641 B
Datum 25 januari 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 juli 2020, nummer RK 20-003060, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.