Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag. Ontvankelijkheid cassatieberoep, wijze van indiening…

Hoge Raad, 25 januari 2022

Zaakgegevens

Op 25 januari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 januari 2022
Datum publicatie
25 januari 2022
Zaaknummer
21/00641
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:77
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag. Ontvankelijkheid cassatieberoep, wijze van indiening cassatieschriftuur, art. 437.2 Sv en art. 4.3.3 Procesreglement HR. Voldoet aan Rb toegezonden brief met producties aan vormvoorschriften die in acht moeten worden genomen om cassatieschriftuur op rechtsgeldige wijze in te dienen? HR: Op redenen vermeld in CAG is beroep n-o. CAG: Aan Rb toegezonden en kennelijk (ook) als cassatieschriftuur bedoelde brief met producties kan niet als een rechtsgeldig ingediende schriftuur worden aangemerkt, nu deze niet volgens de daartoe opengestelde weg en op voorgeschreven wijze bij HR is binnengekomen. Klager n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 november 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1125
  2. Hoge Raad · 25 januari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:77

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00641 B

Datum 25 januari 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 juli 2020, nummer RK 20-003060, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.