Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit ontvangen vergoedingen voor inname en afgifte van afvalstoffen in strijd met…
Hoge Raad, 21 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:927 · Hoge Raad · 21 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-927
Zaakgegevens
Op 21 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2022
- Datum publicatie
- 22 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/01460
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:927
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit ontvangen vergoedingen voor inname en afgifte van afvalstoffen in strijd met eisen die aan afvalverwerkingsbedrijf gesteld worden. 1. Vaststelling w.w.v. (€ 176.267,89). Heeft hof leveringen van reststromen vanaf bedrijf A integraal betrokken bij berekening van w.v.v., terwijl hof in strafzaak betrokkene heeft vrijgesproken van deze stromen vanaf dat bedrijf? 2. Kon hof opbrengsten van leveringen van reststromen vanaf bedrijven A, B en C integraal kwalificeren als w.v.v.? 3. Kon hof reststromen vanaf bedrijf A integraal betrekken bij berekening van w.v.v., nu stromen ‘vetresidu’ van dat bedrijf door OM buiten tll. zijn gehouden, nadat NFI had geconcludeerd dat juiste euralcode was gebruikt? 4. Weigering hof om procesdossier aan te vullen met alle begeleidingsbrieven en facturen die door OM ten grondslag zijn gelegd aan ontnemingsvordering.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/01456 E, 21/01457 E, 21/01458 E en 21/01459 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 mei 2022
ECLI:NL:PHR:2022:429Hoge Raad · 21 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:927
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01460 P
Datum 21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2021, nummer 21-005745-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Hörchner, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.