Strafrecht overig
Drugslaboratoria in Baarle-Nassau, Zevenaar en Rijen. Medeplegen produceren van amfetamine, meermalen…
ECLI:NL:HR:2023:1024 · Hoge Raad · 4 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1024
Zaakgegevens
Op 4 juli 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 juli 2023
- Datum publicatie
- 3 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/00781
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1024
Samenvatting
Drugslaboratoria in Baarle-Nassau, Zevenaar en Rijen. Medeplegen produceren van amfetamine, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), medeplegen aanwezig hebben van amfetamine (art. 2.C Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. vervaardigen van amfetamine, meermalen gepleegd (art. 10a.1 jo. 10.4 Opiumwet) en medeplegen dumpen van drugsafval (art. 10.2.1 Wet milieubeheer). 1. Bewijsklacht betrokkenheid van verdachte bij drugslaboratorium in Baarle-Nassau. Gebruik van schakelbewijs. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 jaren). Is strafoplegging voldoende gemotiveerd gelet op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van verdediging m.b.t. door Belgische rechter opgelegde gevangenisstraf?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00740 en 22/00744.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 februari 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:632Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:547Hoge Raad · 4 juli 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1024
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00781
Datum 4 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 februari 2022, nummer 20-002753-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Het cassatiemiddel is gegrond. In het licht van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2023.