Strafrecht overig

Mishandeling door aangeefster (ex-vriendin) tegen het oog te slaan ten gevolge waarvan aangeefster ten val is…

Hoge Raad, 11 juli 2023

Zaakgegevens

Op 11 juli 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juli 2023
Datum publicatie
4 juli 2023
Zaaknummer
21/03055
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1033
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling door aangeefster (ex-vriendin) tegen het oog te slaan ten gevolge waarvan aangeefster ten val is gekomen (art. 300.1 Sr), mishandeling door met een telefoon tegen het hoofd van aangeefster te slaan (art. 300.1 Sr) en mishandeling door aangeefster in haar been te bijten (art. 300.1 Sr). 1. Bewijsklachten mishandelingen. 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster (m.b.t. slaan met telefoon) voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 3. Heeft hof voldoende begrijpelijk gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (m.b.t. bijten in been) dat verklaring van getuige niet betrouwbaar is?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 juli 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3871
  2. Conclusie A-G · 13 juni 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:586
  3. Hoge Raad · 11 juli 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1033

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03055

Datum 11 juli 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2021, nummer 20-001235-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2023.