Strafrecht overig

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Chileense nationaliteit) naar Chili t.z.v. veroordeling voor…

Hoge Raad, 26 september 2023

Zaakgegevens

Op 26 september 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 september 2023
Datum publicatie
21 september 2023
Zaaknummer
23/01237
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1313
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Chileense nationaliteit) naar Chili t.z.v. veroordeling voor ambtelijke verduistering. 1. Implementatie van art. 17 VN verdrag tegen corruptie, “Legal Library” van VN en mededelingen van Chileense autoriteiten. Heeft Rb ten onrechte een verdragsgrondslag voor uitlevering aangenomen? 2. Dubbele strafbaarheid. Beschermen art. 359 Sr en art. 239 Chileens WvSr hetzelfde rechtsgoed?

HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01237 U

Datum 26 september 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 maart 2023, nummer […], op verzoek van de autoriteiten van Chili tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2023.