Strafrecht overig

Openlijke geweldpleging tegen personen (art. 141.1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). 1. Bewijsklacht openlijke…

Hoge Raad, 7 november 2023

Zaakgegevens

Op 7 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 november 2023
Datum publicatie
30 oktober 2023
Zaaknummer
21/04699
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1494
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Openlijke geweldpleging tegen personen (art. 141.1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). 1. Bewijsklacht openlijke geweldpleging. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inzake betrouwbaarheid van herkenning van verdachte, art. 359.2 Sv. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk), art. 359.6 Sv. Heeft hof gelet op mogelijkheid van deelname aan penitentiair programma a.b.i. in art. 4 Pbw verzuimd om te vermelden welk gedeelte van opgelegde vrijheidsstraf in ieder geval ten uitvoer moet worden gelegd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 november 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:3307
  2. Conclusie A-G · 19 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:792
  3. Hoge Raad · 7 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1494

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04699

Datum 7 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021, nummer 23-002614-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.