Strafrecht overig

Opzetheling auto, art. 416.1.a Sr. Bewijsklacht. Is bewijsvoering innerlijk tegenstrijdig, nu hof verklaring…

Hoge Raad, 31 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 oktober 2023
Datum publicatie
31 oktober 2023
Zaaknummer
21/04608
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1498
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzetheling auto, art. 416.1.a Sr. Bewijsklacht. Is bewijsvoering innerlijk tegenstrijdig, nu hof verklaring van verdachte niet aannemelijk heeft geacht maar zijn verklaring wel voor bewijs heeft gebruikt?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:867
  2. Hoge Raad · 31 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1498

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04608

Datum 31 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 oktober 2021, nummer 21-001177-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2023.