Strafrecht overig

Lichamelijk letsel door schuld in het verkeer door op snelweg met geschatte snelheid van 200 km/uur een…

Hoge Raad, 28 november 2023

Zaakgegevens

Op 28 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 november 2023
Datum publicatie
24 november 2023
Zaaknummer
21/04566
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1653
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Lichamelijk letsel door schuld in het verkeer door op snelweg met geschatte snelheid van 200 km/uur een tunnel in te rijden, te wisselen van rijstroken vanwege uitwijken voor andere weggebruiker (die rechts is ingehaald), niet tijdig af te remmen en te botsen op voorligger (art. 6 WVW 1994). 1. Bewijsklacht schuld en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat één verkeersovertreding geen schuld oplevert, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht toegebracht letsel. Kon hof oordelen dat bij één van de slachtoffers zodanig letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering van normale bezigheden is ontstaan? 3. Strafmotivering (taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis en ontzegging van bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor 12 maanden). Heeft hof de opgelegde straf gelet op LOVS-richtlijnen toereikend gemotiveerd? Heeft hof voldoende rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden van verdachte?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 27 oktober 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:2482
  2. Conclusie A-G · 31 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:899
  3. Hoge Raad · 28 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1653

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04566

Datum 28 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 oktober 2021, nummer 22-001031-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Akça-Altun, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2023.