Strafrecht overig

Medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a Sr) door computers van…

Hoge Raad, 7 maart 2023

Zaakgegevens

Op 7 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 maart 2023
Datum publicatie
24 februari 2023
Zaaknummer
21/01540
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:318
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a Sr) door computers van rekeninghouders van banken te infecteren met “malware” teneinde frauduleuze overboekingen te bewerkstelligen. 1. Bewijsklachten. Heeft inzet van geldezels ertoe geleid dat herkomst en verplaatsing van geldbedragen zijn verhuld en zijn geldbedragen afkomstig uit enig misdrijf? 2. Vorderingen benadeelde partijen (banken), rechtstreekse schade en hoofdelijke aansprakelijkheid. Is schade het rechtstreekse gevolg van bewezenverklaard witwassen en is verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor volledige schade?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/01500, 21/01580, 21/01581, 21/01600 en 21/01639.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:51
  2. Hoge Raad · 7 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:318

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01540

Datum 7 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 maart 2021, nummer 22-003469-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A. heeft Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.

Namens de benadeelde partij ING Bank Nederland N.V. heeft A.L. de Vogel, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de benadeelde partijen hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023.