Strafrecht overig

Medeplegen diefstal (art. 311.4 Sr). Onschuldpresumptie. Mocht hof bij rechterlijke overtuiging een feit…

Hoge Raad, 14 maart 2023

Zaakgegevens

Op 14 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 maart 2023
Datum publicatie
24 februari 2023
Zaaknummer
21/01640
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:323
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal (art. 311.4 Sr). Onschuldpresumptie. Mocht hof bij rechterlijke overtuiging een feit betrekken dat niet op justitiële documentatie van verdachte staat en waarvoor verdachte niet onherroepelijk is veroordeeld?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 december 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1191
  2. Hoge Raad · 14 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:323

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01640

Datum 14 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 april 2021, nummer 22-001633-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2023.